Hobo
De hobo behoort tot de groep van de houten blaasinstrumenten en vertoont, wat de uitwendige vorm betreft, een zekere gelijkenis met de klarinet. De klankkleur is echter volledig verschillend. Het dubbelrietje is het mondstuk en zorgt, samen met de konische boring van het instrument, voor het typische en prachtige geluid!
In de lagere graad wordt de basis gelegd. Alle noodzakelijke technieken om het instrument te kunnen bespelen komen aan bod en na enkele weken kan er al gemusiceerd worden!
In de middelbare graad en hogere graad worden alle vaardigheden verbeterd en verder ontwikkeld. De leerling mag zelf rieten leren maken en krijgt ook de kans om binnen de lesuren samen te spelen met leerlingen die een ander instrument bespelen.
Het repertorium is zeer uitgebreid en gevarieerd en kan altijd aangepast worden aan de smaak, de mogelijkheden en de eigen inbreng van de leerling.
Naast hobo is er ook de althobo. Deze is groter en klinkt dus lager dan de gewone hobo. Leerlingen die binnen het DKO afgestudeerd zijn voor hobo krijgen zo de kans om enkele extra jaren op dit prachtig instrument te leren spelen.
Voor de liefhebbers van het 18de eeuwse repertorium en de 17de eeuwse barokmuziek is het mogelijk om barokhobo te leren spelen.
Gedurende de eerste jaren kan de leerling een instrument huren en worden de rietjes gemaakt door de leerkracht. Na enkele jaren is het de bedoeling dat er, samen met de leerkracht, uitgekeken wordt naar een 'eigen' instrument.
Leraars: Griet Cornelis & Elisabeth Schollaert